Cubanito 20.02, een Cubaanse cocktail
"We wilden onze hiphop meer dansbaar maken"
Ze zijn de vertegenwoordigers van de reggaetón a lo Cubano. De drie rappers van Cubanito 20.02 gooien sinds 2002 hoge ogen in eigen land en proberen nu ook Europa te veroveren met een warme, romantische mix van reggaetón, traditionele Cubaanse muziek, hiphop en reggae. Onlangs was de groep in het land.
In de zomer van 2003 klonk uit elk raamkozijn in Havana en uit elke taxi het "Uh laca laca lah"-refrein van Matame ("Doodt me"). Flipper (Haniel Martinez), White (José Angel Sastre) en El Doctor (Javier Durán), de drie rappers van Cubanito 20.02, stonden in korte tijd bovenaan de hitlijsten van Cuba. In februari 2002 hadden ze Cubanito opgericht. "Daarvoor speelden El Doctor en ik in Primera Base, een Cubaanse rap-groep," vertelt White vlak voor hun optreden tijdens het Roterdamse Zomercarnaval. "Flipper kwamen we tegen in de bus. Dagelijks oefenden we onze raps in de bussen van Havana." White en El Doctor waren vooral georiënteerd op Amerikaanse hiphop. "Ik ben gek op hiphop," zegt White. "Mijn favorieten zijn LL Cool J en Busta Rhymes. In de begintijd van Primera Base, halverwege de jaren negentig, waren we veel aan het freestylen op straat en waren er altijd wel een paar b-boys aan het dansen," vertelt hij. Cubanen zijn nu eenmaal gek op dansen en niet alleen salsa. Nog voordat de eerste rapgroepen in de jaren tachtig op Cuba ontstonden, werden er al breakdance-battles gehouden in de straten van Havana.
"Maar ik luister niet alleen naar hiphop," zegt White. "Ik hou van verschillende soorten muziek, van salsa, reggae. Dat geldt voor ons allemaal. Weet je chico, wij houden evenveel van Bob Marley als van Eminem of Cubaanse bands als Orquestra Aragón (salsa/son), Los Van Van (salsa/timba) en Gilberto Santa Rosa (salsa)." Flipper heeft een grote voorliefde voor dancehall, dance en house. Hij werd na de ontmoeting met White en El Doctor de dj van Primera Base. Ze traden met succes op tijdens het jaarlijkse rapfestival in Alamar, een voorstad van Havana. Flipper: "We begonnen met Spaanstalige hiphop in Amerikaanse stijl. Maar we wilden onze Cubaanse hiphop meer dansbaar maken, smakelijker. Más sabroso!". Door de invloed van Flipper werd de snellere dancehall-stijl geďntroduceerd in de muziek van Cubanito. Flipper: "We kregen ook informatie over de ontwikkelingen in de Latijns-Amerikaanse muziek, de reggaetón van Puerto Rico bereikte Cuba."
Flipper is goed bekend met het werk van El General, een van de reggaetón-pioniers die in de jaren zeventig in Panama in het Spaans ging rappen op reggae-beats en zo de basis legde voor wat zich later op Puerto Rico ontwikkelde tot de huidige reggaetón. Flipper noemt ook de naam van Vico C, die het genre verder ontwikkelde op Puerto Rico. "Ik luisterde midden jaren tachtig veel naar zijn muziek. De ontwikkelingen in de Puertoricaanse reggaetón vonden we heel interessant. Toch wilden we niet hetzelfde doen als de Puertoricanen want het is hun ding. We namen wel de reggaetón-achtige manier van rappen over. De muzikale stijl moest anders zijn, echt Cubaans, dat bereikten we door toevoeging van Cubaanse percussie en invloeden uit de son en de salsa. White: "Van jongs af aan horen we son, salsa en timba." Dat laatste is een uptempo salsa met invloeden uit funk, jazz, hiphop en pop, en is net als hiphop en reggaetón erg populair bij de Cubaanse jeugd. "Je kunt die muziek terughoren in onze nummers en dat maakt de Cubaanse reggaetón wezenlijk anders dan die van Puerto Rico. Maar we houden van de energie van Wisin & Yandel en van de melodieuze stijl van Don Omar."
In eerste in instantie had Cubanito met hun Cubaanse versie van reggaetón alleen succes in eigen land. In 2003 wonnen ze de prijs voor de beste Cubaanse hiphop-act op Cubadisco, de belangrijkste muziekbeurs van Cuba. Ze werden opgepikt door José da Silva, de Kaapverdiaanse baas van het in Parijs gevestigde wereldmuzieklabel Lusafrica. Dit label brengt oa de cd's uit van de Kaapverdische zangeres Cesária Évora en van verschillende andere Cubaanse groepen. Bij Lusafrica nam Cubanito in 2004 zijn eerste cd op, Soy Cubanito. Toen ik in 2003 op Cuba was, werd Cubanito in één adem genoemd met TecnoCaribe, Candyman en Máxima Alerta, groepen die hiphop, reggaetón, ragga en Cubaanse muziek op vernuftige wijze weten te mixen. Cubanito werkte met verschillende Cubaanse reggaetón-groepen mee aan de cd/dvd Cubaton, die duidelijk laat zien en horen dat Cubaanse reggaetón inmiddels een geheel eigen identiteit heeft (al is de productie wat te glad). Cubanito's hit Pideme (van de begin dit jaar verschenen cd Tócame) is door de Zweden zodanig geremixt en opgepoetst dat hij het op de Europese dansvloeren zeker goed zal doen maar ik geef de voorkeur aan de wat minder gepolijste, ruwere versie.
Reggaetón is op Cuba steeds groter aan het worden, zegt Flipper. "Eigenlijk zijn er te veel reggaetón-groepen. Maar het bewijst ook dat het zich heel goed ontwikkelt. De mogelijkheden om op te nemen worden beter en reggaetón wordt vaak op de radio gedraaid." Net als andere Cubaanse rap-crews en reggaetón-groepen begon Cubanito in de underground. Flipper, White en El Doctor werden in de begintijd van de groep de "guerilleros de ragga Cubano" genoemd. Zomer 2003 had ik, nog voor de release van Soy Cubanito, op Cuba een niet-officiële cd van de groep gekocht. Die bevatte veel nummers die niet alleen waren voorzien van ragga-beats maar ook van diverse Caribische, niet-Cubaanse ritmes en melodieën. De opnamekwaliteit was simpel. Ik hoorde een nummer waarin een sample van Tito Puente's Oye Como Va overging in een cha-cha-cha en vervolgens in dancehall. Over reggaetón werd toen nog niet gesproken. Ik was dus benieuwd naar het resultaat van Cubanito's debuutalbum. De songs waren veel beter opgenomen maar ik miste een aantal nummers die ik graag had willen terughoren op Soy Cubanito. "Die cd was een demo die we thuis hebben opgenomen met Cubaanse musici," zegt Flipper hierover. "Het was een echte underground-cd met veel Cubania, herkenbaar voor de Cubanen. De teksten van de raps gingen over het leven op straat in Havana."
Maar die raps zijn weinig of geheel niet toegankelijk voor een internationaal publiek dus heeft Cubanito voor de eerste cd het repertoire enigszins aangepast, met nummers die beter in het gehoor liggen maar het rauwe undergroundgevoel missen dat de demo juist zo aantrekkelijk maakte. Op Soy Cubanito zijn de ragga- en reggae-invloeden erg sterk, gegoten in een Cubaans jasje en met beats die minder rauw zijn dan op de demo. Aan de andere kant krijgt de sound van Cubanito een duidelijker karakter dan op de demo-cd. Op tweede cd Tócame heeft Cubanito zijn stijl verder ontwikkeld. Ook is de romantische kant van de groep goed hoorbaar. "We hebben gezocht naar een goede balans tussen reggaetón en romantische thema's, tussen hiphop en ballades. Veel nummers gaan over de liefde, deels uit eigen ervaring, deels verzonnen of gebaseerd op ervaringen van vrienden. We zijn alledrie romantici, dat weerspiegelt zich in de teksten van onze nummers. Voor ons zijn die erg belangrijk. We besteden veel aandacht aan de teksten. Pas als de tekst klaar is, beginnen we aan de muziek en maken we de beats."
Miente, het eerste nummer van Tócame, gaat over de leugenachtige kant van de liefde. Het album eindigt met een in Frans gezongen remix van hetzelfde nummer. Tócame is in Parijs opgenomen en heeft een overduidelijke Franse touch. Een Franse gitarist van Puerto Ricaanse afkomst, Alexis Ouzani, neemt de Santana-achtige gitaarpartijen voor zijn rekening en het album is geproduceerd door een in Parijs wonend collectief van Kaapverdiaanse afkomst, La MC. Zij hebben de Kaapverdiaanse zouk ingebracht, een muziekstijl afkomstig van het Frans-Antilliaanse eiland Martinique. De zouk werd wereldwijd bekend door Kassav' en werd eerst in Parijs maar later ook door de Kaapverdianen in Rotterdam geďntegreerd in hun eigen muziek, niet alleen in hun traditionele muziek maar ook in Kaapverdische dance en hiphop. De voor het najaar geplande derde cd van Cubanito zal worden geproduceerd door een Duitse producer, deels in Frankrijk, deels op Cuba. "Dat album zal diverser worden" zegt White. "Met verschillende Caribische stijlen maar ook met een Afrikaanse touch."
Miente doet het op dit moment heel goed op Cuba, vertelt Flipper. In Frankrijk wordt het nummer op single uitgebracht, in Nederland is gekozen voor Soy Yo. "Dat is mijn favoriete song" zegt White. "Het is een heel krachtig nummer dat eigenlijk over onszelf gaat, hoe we als Cubanito bekend zijn geworden." En bekend zijn ze op Cuba, want ze kunnen niet meer zomaar over straat lopen. Iedereen zingt luidkeels hun nummers mee. Ze worden in eigen land zelfs The Beatles van de Cubaanse reggaetón genoemd. In Europa zijn ze vooral in Italië en Frankrijk groot aan het worden, en daarbuiten op Kaapverdië. Ook commercieel pakken ze het goed aan. Het beroemde Cubaanse rummerk Havana Club heeft de groep al voor een reclamecampagne gestrikt. Tijdens de huidige Europese tour doet Cubanito naast Nederland ook Spanje en vooral Italië aan. Op het Zomercarnaval in Rotterdam hebben ze geen band bij zich, alleen een gitarist. De groep is geprogrammeerd tussen de Antilliaanse en Surinaamse brass-bands.
Het latinopubliek van Rotterdam reageert enigszins lauw op de muziek van de Cubanen. En hoewel dat gedurende het optreden niet verandert, weet Cubanito te overtuigen, ook met het nieuwe materiaal. De nummers hebben dezelfde power en energie als bijvoorbeeld Wisin & Yandel maar zijn anders qua melodie en feeling; ze zijn melodieuzer en minder rauw. Een snelle, hardcore reggaetón-beat wordt ingeleid door een salsapatroon en gaat vervolgens soepel over in een wat langzamer ragga-ritme. Cubanito weet heel goed alle verschillende stijlen op een natuurlijke en vloeiende manier te integreren in hun reggaetón a lo Cubano. Op hun swingende beats kun je eigenlijk niet stil blijven staan, maar de dikopeengepakte massa op de Coolsingel komt niet echt in beweging. Is het de onnederlands tropische hitte de oorzaak of is men meer geďnteresseerd in de competitie tussen de fraai aangeklede brass-bands? Slechts bij de hits Pideme en Matame (Uh Laca Laca Lah) is er een moment herkenning en wordt er meegezongen. Alleen de felle reggaetón beats in Puertoricaanse stijl maken wat los bij het Antilliaanse en Surinaamse carnavalspubliek. Dat is jammer want de Cubaanse rappers hadden meer verdiend!