Statemagazine - article - Legale graffiti bestaat niet - Article

Legale graffiti bestaat niet

Graffiti in New York vanuit een ander perspectief

"We wilden het patroon doorbreken van het beeld over graffiti als iets dat legaal is. Het is per definitie illegaal. Alles daarbuiten zijn slechts muurschilderingen." Aan het woord is Hugo Martinez, schrijver van het boek Graffti NYC, dat een impressie geeft van graffiti in New York van de afgelopen vijf jaar. Martinez is al sinds de jaren zeventig een voorvechter van graffiti, en heeft een uitgesproken mening over wat deze kunstvorm definiëert. Het gesprek in Amsterdam gaat niet alleen over zijn boek, maar ook over de moeizame relatie tussen graffiti en de kunstwereld.

Hugo Martinez

De ruiten van het American Book Centre aan het Spuiplein zijn al gedeeltelijk ondergeschilderd. GIZ heeft zijn naam in knalblauw dwars over de etalage geschreven. Hij is één van de schrijvers die samen met Hugo Martinez is meegereisd om ook in Europa Graffiti NYC te promoten. Een boek dat vooral uit rauwe foto's van snelle tags en throwups in de stad bestaat. De beelden in het boek mogen los en spontaan zijn, er schuilt een goed onderbouwde filosofie achter. Martinez: "De schrijvers in mijn boek zijn de schrijvers die het meeste de wet hebben overtreden. We hebben gekeken naar degenen die de grootste risico's nemen, in de veronderstelling dat zij het meest talentvol zijn. In tegenstelling tot de artiesten die slechts decoratieve graffiti maken en zes weken over één werk doen, of de grootste piece van de wereld neerzetten. Nee. Wij hebben ons geconcentreerd op de grootste criminelen." Wanneer Martinez spreekt, doet hij dat in nauwkeurige bewoordingen. Hij lijkt dingen eerst precies te willen definiëren, voor hij erover spreekt. Graffiti staat of valt bij Martinez volgens dezelfde criteria die graffiti schrijvers hebben, in plaats van de criteria die de kunstwereld of media hanteren. "Als buitenstaander zijn die criteria soms lastig te zien, maar schrijvers weten altijd precies wie wel en geen king is. Onderdeel daarvan is de wet overtreden, innovatie, levenstijl. Ik wil altijd horen wie de beste is. Nu. Schrijvers houden hiervan notities bij."

Zelf is Martinez allesbehalve een buitenstaander. In 1972 richtte hij de United Graffiti Artists op, een collectief van schrijvers, met pioniers als MICO en PHASE 2. Sindsdien heeft Martinez altijd intensief met schrijvers samengewerkt. Hoewel hij ervoor heeft gezorgd dat sommige graffiti artiesten een beurs kregen voor de kunstacademie en hij ervoor pleit dat graffiti als kunstvorm wordt gezien, gelooft hij niet in legale graffiti. "Er is een grotere overeenkomst tussen echte graffiti en Japanse zeefdruk uit 1800, dan tussen echte graffiti en legale graffiti. Er is daartussen geen enkele relatie. Het is een soort van blackface eigenlijk. Legale graffiti maakt het bezit van de huisbaas mooier, terwijl echte graffiti het bezit van de huisbaas afpakt."

http://www.statemagazine.nl/download.php/download_document/4697/050b0db37a9988facc6863c45f533f0b/Graffiti verontrust mensen, en daar is niets mis mee volgens Martinez: "Het is alleen maar de naam, en dat maakt mensen kwaad. Het maakt ze zo kwaad dat ze van een straatkunstenaar met een "politieke" boodschap zeggen: maar dát is goed, dat heeft een politieke lading. Eén of andere schmuck die alleen maar zijn naam op hun eigendom schrijft, dat trekken ze niet. Die jongen was misschien niemand voordat hij zijn naam op een huis schreef. Als onze maatschappij van iemand verlangt dat hij dat moet doen om een identiteit te krijgen, dan is dát de echte kunstvorm. Het irriteert mensen, het kan lelijk zijn, maar dan is dat de essentie."

Martinez benadrukt dat echte graffiti vooral het domein is van kinderen van de werkende klasse. Een straatkunstenaar als Banksy vindt hij een middenklasse parodie van wat working class kids doen. "Dat is zoiets als je opa die The Beatles opzet." De tegenstelling tussen de grote groep harcore graffitischrijvers en de door de media bejubelde 'straatkunstenaars' is niet nieuw. "Basquiat en Keith Haring hebben het eigenlijk uitgevonden", zegt Martinez, "In plaats van zoals graffiti schrijvers zich door de hele stad kapot te werken dachten zij; laten we ons concentreren op de plekken waar de media zit. Laten we naar de downtown trendy wijken gaan en gewoon vijf blocks doen." Waarop de media Basquiat en Haring al gauw tot graffiti artiesten uitriep. Onterecht vindt Martinez: "Basquiat een graffitischrijver? My dick he was a graffiti writer! En Keith Haring heeft hooguit zestien krijttekeningen in de metro gemaakt."

http://www.statemagazine.nl/download.php/download_document/4694/8f9669171fd8ee1f07bf43c2071d6ab3/RATE

Een lange, nog wat slaperige jongen komt binnenwandelen: RATE. Vannacht heeft hij Amsterdam verkend, maar normaal zijn de straten van New York zijn domein, waar hij niet alleen tags en pieces achterlaat, maar ook gevaarlijk uitziende ratten schildert. Over zo'n ingekleurde rat doet hij meestal vijf minuten. "Ik ga wat langzamer dan anderen, omdat ik een perfectionist ben. Ik zit ergens tussen een bomber en iemand die voor kwaliteit gaat." RATE vergelijkt graffiti schrijven met een baan: "Soms heb je geen zin om naar je werk te gaan en soms is werken het enige wat je wilt doen. Dan ga je maanden door, ook al verkloot het de rest van je leven." RATE heeft altijd een marker bij zich – dan weer zet hij hier en daar tags terwijl hij een nieuwe wijk verkent, om een andere keer een piece op een zorgvuldig uitgekozen plek te maken. "Hoeveel maak je?", vraagt Martinez aan RATE. De schrijver houdt het lachend op: "genoeg."

Een mooie plek vinden is voor RATE vaak net zoveel werk als het schilderen zelf. "Ik hou van rooftops bij metrolijnen, zodat veel mensen je zien. Het liefst heb ik een plek waar nog niemand anders is geweest en waarvan mensen niet begrijpen hoe je er kunt komen. Soms ga je eindeloos van dak tot dak om die ene spot te bereiken." RATE hoeft niet lang na te denken over een goede herinnering aan een bepaalde nacht, hoewel hij meestal naar een slechte herinnering gevraagd wordt. "Niet zo lang geleden zijn wat jongens over een piece van mij gegaan die er al drie jaar stond, op drie verdiepingen hoog en naast twee belangrijke metrolijnen. Het was via een brandtrap en een ladder te bereiken. Maar toen ik terugging om weer over die toys heen te gaan, was de ladder weg." Een hilarisch verhaal volgt, waarin RATE met wilde armgebaren uitlegt hoe hij met vrienden allerlei meubels en olievaten op elkaar stapelde, en al slingerend aan het uiteinde van de brandtrap maar net het dak kon bereiken. "Als een stel wormen gingen we over de muur. Dus toen ik daar was had ik geen energie meer over, terwijl het verven al zo fysiek is. Het is de beste work-out die je kunt hebben. Ik was te moe om nog naar beneden te klimmen. Dus heb ik mezelf met mijn handen aan de dakgoot drie verdiepingen omlaag laten vallen. Het gaf me een goed gevoel dat ik uiteindelijk niets gebroken heb."

http://www.statemagazine.nl/download.php/download_document/4696/c2a6e814e673775b0bd0e1f7794f8446/Het improviseren, op een plek zien te komen, verf stelen ; al die dingen zijn voor RATE een belangrijk onderdeel van graffiti. Hoe vertaalt Hugo Martinez die illegale avonturen naar zijn Martinez Gallery? Door alles verkeerd te doen, luidt zijn antwoord. "We hebben geen vaste plaats, maar trekken van de ene naar de andere plek. De curator zit in Spanje, de redacteur in Mexico, onze grafisch ontwerper komt uit Den Haag, de ontwerper van de tentoonstellingen zit in Amsterdam. Alles is gewoon verkeerd!" De laatste tentoonstelling bestond uit een aantal vrachtwagens waarbinnen de foto’s van Graffiti NYC tentoongesteld waren, terwijl de buitenkant van de trucks gebombed werd. Daarvoor heeft de galerie eens alle muren van een klaslokaal tot een schoolbord getransformeerd, waarop schrijvers samen met studenten iets maakten. Tussen neus en lippen door laat Hugo vallen dat er 2 miljoen dollar projecten tussen zitten. Maar hij kiest er bewust voor anders te werken dan de meeste galerieën. Die vergelijkt hij met kamermuziek: "Het is een hele kleine gemeenschap dat zich richt op de rijke, de hele rijke, verzamelaars. Tom Wolfe zei eens; de kunstwereld bestaat uit 150 mensen. Ik denk dat het nog minder is. Er zijn maar enkele verzamelaars, en iedereen probeert bij hen in de smaak te vallen. Wij geven niets om die verzamelaars. Ze gaan namelijk geen graffiti kopen die direct hun eigendom aantast. In essentie draait het altijd om de relatie tussen een rijk persoon en de kunstenaar. Wij hebben daar geen zin in. Daardoor blijft de kunst interessant, omdat het alle wetten en conventies breekt.” Lachend: “Daardoor blijft het ook niet verkocht, maar wel interessant.” RATE: “Ik heb wel wat shows gedaan voor andere galerieën, maar dat is nooit hetzelfde als werken met Hugo.”

De Nederlandse kunstwereld heeft een interessante geschiedenis met graffiti waarvan Martinez goed op de hoogte is. In 1983 organiseerde het Rotterdamse Museum Boijmans van Beuningen een grote overzichtstentoonstelling van schilderijen op canvas, gemaakt door graffiti kunstenaars. Een jaar later zou het Groninger Museum volgen. Hoewel Nederland zo het eerste land buiten de VS was waar graffiti tot het museum werd toegelaten, noemt Martinez de tentoonstelling in het Boijmans ‘een vreselijke show’. "De critici maakten er gehakt van en ik was het met hen heens, het was crap. Het waren allemaal tweederangs striptekenaars, artiesten die geen streetcredibility hadden." Martinez noemt namen als Zephyr, Lady Pink, Crash en Quick: precies de graffiti schrijvers die bekend zijn geworden door foto’s in het boek Subway Art van Martha Cooper en Henry Chalfante, dat nog steeds als de bijbel der graffitiboeken wordt gezien. Volgens Martinez werden slechts de schrijvers naar voren gebracht waarmee het makkelijkst te werken was. "Die een mooi verhaal op zouden hangen, maar niet de jongen die zich niet goed wist te verwoorden, of die zou weigeren iets op doek te schilderen." De negatieve houding van musea ten opzicht van graffiti heeft een link met de volgens Martinez zwakke tentoonstellingen destijds. "Uit ijdelheid denken mensen; ik had een shit expositie, dus laat ik doen alsof het nooit geweest is. En laat ik daarbij iedereen die het wel doet lijden door te zeggen; we hebben al iets met graffiti gedaan. Maar ik zeg dan: je hebt nooit iets met graffiti gedaan. Je hebt nooit naar de echte criteria gekeken, omdat je zo arrogant was te denken dat jouw criteria de juiste criteria waren. Dus Holland heeft er geschiedenis mee geschreven, maar het is een belachelijk stomme geschiedenis."

http://www.statemagazine.nl/download.php/download_document/4695/65ce82cd85220b297f27755b99bd4c8a/De Amsterdamse graffiti op straat kan RATE echter wel bekoren. "Ik wist niets van Europese graffiti, maar vind wat ik tot nu toe gezien heb tof. Helemaal toen ik hoorde dat Amsterdam als kleine stad toch wel een hele grote rol gespeeld heeft." Hoe zou je het vergelijken met New York, vraagt Martinez. "Ach New York is zo groot", verzucht Rate. "Zelfs als zou het aantal actieve schrijvers maar heel klein zijn, dan zou het nog honderd keer meer zijn dan ergens anders ter wereld, het is zo geworteld in onze cultuur. Graffiti ís New York." Wat hoopt Martinez dat mensen bijblijft na het lezen van zijn boek? "Ik hoop dat ze niet meer naar musea zullen gaan. En zo de musea dwingen om zichzelf te vernietigen. Net zoals Sandberg ooit zei, de directeur van het Stedelijk Museum na de Tweede Wereldoorlog. Hij vond dat kunst zo publiek mogelijk moet zijn, dat vind ik een mooi uitgangspunt." Graffiti bloeit nog immer in New York, volgens Martinez zelfs meer dan ooit, nadat het van de metro's naar de straten is verjaagd. Hoe hoog de straffen inmiddels ook zijn, de schrijvers gaan door, hun sporen achterlatend voor het oog van de stad. Meer publiek zal kunst niet worden.

door Radna Rumping; beeld: Graffiti NYC, 16Mar07

[Terug naar home] [Terug naar artikelen]